De geschiedenis van Kasteel Amerongen start in 1286. Op 20 juli van dat jaar verklaarde Floris V van Holland dat Henric en Diederic Borre van Amerongen zijn leenmannen zijn geworden van den “Huyse dat si doen timmeren”. Het kasteel werd in die vroege jaren meerdere malen verwoest en weer herbouwd. In 1641 komt het kasteel in bezit van Godard Adriaan van Reede, die vertegenwoordiger van de Nederlanden in het buitenland was. Tijdens het rampjaar 1672 vluchtte zijn echtgenote Margaretha Turnor tijdelijk naar Amsterdam terwijl Godard Adriaan in Berlijn verbleef.
In februari 1673 werd het kasteel door de Franse troepen met takkenbossen in brand gestoken. Margaretha gaf opdracht tot herbouw van het kasteel in de in die tijd populaire Hollands-classicistische stijl. Het huidige gebouw werd In 1680 opgeleverd. De zoon van Godard Adriaan van Reede erfde het huis. Hij was vertrouweling van stadhouder Willem III en had als legeraanvoerder een belangrijk aandeel in het slagen van de “Glorious Revolution” in Engeland. Dat leverde hem de Engelse titel op van Graaf van Athlone.
Het kasteel kwam in 1879 in bezit van Godard John George Charles graaf van Aldenburg Bentinck. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 verleende hij op verzoek van de Commissaris van de Koningin onderdak aan de Duitse Keizer Wilhelm II. Deze bleef anderhalf jaar op het kasteel en ondertekende hier zijn akte van abdicatie. In mei 1920 verhuisde hij naar het nabijgelegen Huis Doorn.
De erfgenamen van George graaf van Aldenburg Bentinck verkochten het kasteel, interieur en de tuinen in 1977 aan de Stichting Utrechtse Kastelen die het in 1982 overdroeg aan de Stichting Kasteel Amerongen.
Voor nadere informatie zie: //www.kasteelamerongen.nl, //nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_Amerongen





